Mespilus germanica MISPEL
Deze langzaam groeiende boom komt van nature voor in delen van Zuid-Europa en West-Azië. De zware hoofdtakken vormen op den duur een grillige kroon. Oude exemplaren zijn vaak breder dan hoog. Jonge twijgen zijn grijs en wollig behaard. Oudere stam is glad en lichtgrijs. Het langwerpige tot omgekeerd eironde blad is zeer fijn gezaagd en zacht behaard. In de herfst roodbruin tot goudoranje verkleurend. De bruine, harde vruchten zijn voorzien van grote kelkslippen. Pas wanneer ze gaan rotten, zijn ze eetbaar. Vaak is dit na de eerste nachtvorst. Er zijn diverse cultivars die geselecteerd zijn op de grootte van de vruchten. Diepwortelend. Verdraagt kalkrijke grond, is goed winterhard en bijzonder hittebestendig.
|
Mespilus germanica - C70 , 200/+
|
|
Mespilus germanica - DT
|
|
Mespilus germanica - HT
|
|
Mespilus germanica - LT
|
Eigenschappen
Bladhoudend
nee
Blad
eirond
harig
gezaagd
Bloeikleur
wit
Bloeiperiode
5
Vruchtkleur
bruin
Standplaats
zon
Grondsoort
humus/neutraal
kalkrijk
Onderhoud/snoei
bloeit op tweejarig hout
vormsnoei
snoeien tussen november en februari
Speciale kenmerken
herfstverkleuring
geurende bloei
trekt vogels aan
trekt bijen, vlinders en insecten aan
kustplant
eetbare vruchten
rijkelijke bloei